Orgelgeschiedenis
Ter gelegenheid van het opnieuw in gebruik nemen van het bovenstaande Van Vulpen orgel, na uitvoering van groot onderhoud en restauratiewerkzaamhedenin 1997.Voor het eerst werd in de kerk van Bruinisse een orgel in gebruik genomen op 23 november 1887. Daarmee kwam een einde aan het werk van de toenmalige voorzanger Cees Bolijn. Een hele gebeurtenis als we bedenken dat we in die tijd het kerkorgel als regel alleen maar tegenkwamen in de grote kerken van de steden.Bruinisse behoorde in die tijd tot één van de eerste plattelandsgemeenten die daar toe overgingen.In het kerkelijk archief uit die tijd lezen we o.a. dat de kerkvoogden, na de Orgelcommissie te hebben gehoord, besloten orgelbouwer G. van Druten uit Hemmen (een plaatsje aan de Linge) voor f 2.500,-- een orgel te laten bouwen dat door een zekere schipper Kik per schip in Bruinisse werd aangevoerd.De organist van de Laurenskerk te Rotterdeam, M.H. van ’t Kruis, verzorgde de keuring en de inspeling van het orgel.Het orgel had een mechanische tractuur en het stond aan de oostzijde in het kerkgebouw op een balustrade boven de kansel.Het werd in 1927 gerestaureerd door de fa. Standaart te Schiedam.

De dispositie was als volgt:Manuaal: Bourdon 16’ – Prestant 8’ – Holpijp 8’ – Salicionaal 8’ – Viola di gamba 8’ – Octaaf 4’ – Fluit harmonique 4’ – Fugara 4’ – Quint 3’ –Doublette 2’ – Trompet 8’ (bas/disc.) – Pedaal: Subbas 16’ Leendert Padmos, van beroep schoolmeester, plaatselijk beter bekend als ‘meester Parremoes’, was de eerste organist. Hij overleed op 6 december 1932. Hij kerfde o.a. zijn naam in een balk achter het orgel. Met de komst van het orgel kwam tegelijk de eerste orgeltrapper in dienst van de Kerk. Het was zijn taak om, door de balg te trappen te zorgen voor de nodige perslucht voor het bespelen van het orgel; immers elektriciteit was er nog niet. Zijn bezoldiging bedroeg dertien gulden per jaar.Het oude kerkgebouw (uit 1590) en het orgel (uit 1887) werden tijdens de vele beschietingen en het bombardement in 1945 totaal verwoest. Vóór de verwoesting Ná de verwoesting.

Het oude orgel naar een foto uit oktober 1930. Foto van een gedeelte van een balk met het inschrift van organist Leendert Padmos, gered uit het puin van de verwoeste kerk. Het huidige kerkorgel. De bouw en de ingebruikname. Op 5 april 1952 kon het nieuwe kerkgebouw ingewijd worden, evenwel zonder kerkorgel. Men moest het jaren lang doen met een harmonium. Het laat zich daarom begrijpen dat het een wel zeer vreugdevolle gebeurtenis was dat opnieuw over een kerkorgel kon worden beschikt.Wijlen S.A.Jumelet, o.a. schrijver van het boek ‘Bruinisse in de loop der eeuwen, 1467 – 1984’, beschrijft de ingebruikname in dat boek tijdens de bijzondere kerkdienst op 9 oktober 1954 als volgt: Na de nieuwe kerk kon een orgel in de kerk niet meer gemist worden. In een speciaal daartoe belegde dienst werd vrijdagavond 9 oktober 1954 het door de gebroeders Van Vulpen uit Utrecht gebouwde orgel in gebruik genomen. Er werd eerst, begeleid door het tot dusver gebruikte harmonium, een psalm gezongen. Daarna ging ds. Van den Brink voor in gebed.In een toespraak herinnerde hij aan de kerkbouw en de daarmee direct in verband staande orgelbouw, waarbij de tegenslagen de Hervormde Gemeente van Bruinisse niet bespaard bleven en men verschillende stemmen kon vernemen die het lange wachten moe werden. Te groter was dan nu de vreugde, nu het lang verwachte feit van de ingebruikname was aangebroken. Spreker las vervolgens Psalm 148 en hield naar aanleiding daarvan een korte predikatie.

Als lid van de Orgelcommissie van de Hervormde Kerk, sprak daarna oudminister staatsraad mr. W.F. Schokking, die namens het moderamen der Generale Synode van de Nederlandse Hervormde Kerk de gemeente feliciteerde met het gereedkomen van dit orgel. Hij dankte Bruinisse voor het vertrouwen dat men in de Orgelcommissie had gesteld en vertelde te weten van de moeilijkheden en de spanningen die het wachten op de gereedkoming soms hadden veroorzaakt. De Orgelcommissie had echter gemeend met beleid te werk te moeten gaan, daar men een kunstenaar wanneer hij iets schept niet teveel moet lastig vallen. Als ondervoorzitter van het Rampenfonds had en heeft hij nog veel contact met Zeeland en met de Zeeuwen en hij meende iets van de mentaliteit van de Zeeuwen te weten.De orgelkunst heeft nieuwe wegen ingeslagen. Het verheugde spreker, dat men kerkorgels bouwt volgens een principe in overeenstemming met het karakter van de Zeeuwen. Het verheugde hem ook dat hij op de veerpont een gezelschap had ontmoet, dat men oorspronkelijk voor een voetbalclub had gehouden, maar dat het gehele volledige personeel van de firma Van Vulpen bleek te zijn. Deze mensen, die allen hadden meegewerkt aan de totstandkoming van dit orgel, zij het misschien maar op bescheiden schaal, kwamen luisteren naar wat gezamenlijk tot stand was gebracht. De beste tijden van de oude ambachtelijke orgelkunst zijn herleefd.

De kerkorgels die thans worden gebouwd zijn produkten van geperfectioneerd vakmanschap, waaraan met toewijding is gewerkt. Hij voorspelde dat velen uit alle streken van ons vaderland zouden komen om dit orgel te horen, want hij kon verzekeren, dat door de opdracht van Bruinisse aan de gebroeders Van Vulpen, welke de eerste opdracht was van een orgel van zo groot formaat, een werkstuk was ontstaan, dat een mijlpaal was in de opbloei van de Nederlandse protestantse orgelbouwkunde. Een orgel dat onder de rij van nieuw gebouwde geselecteerde orgels in Nederland een vooraanstaande plaats inneemt. Ook het snijwerk, waarmee het front is versierd, getuigt van kunstzinnigheid en liefde voor het ambacht. Met de voorlezing van het keuringsrapport eindigde mr. W.F. Schokking zijn rede. Na de symbolische overdracht was daarop het woord aan presidentkerkvoogd M. Krijger, die herinnerde aan alles wat aan deze dag was voorafgegaan. Hij memoreerde de nieuwbouw van de kerk en vertelde hoe de kerkvoogdij aarzelde met de bouw van een orgel en eerst slechts een half orgel wilde bouwen. Op een daarvoor belegde gemeente-avond wilde de gemeente echter een volledig orgel. Men wilde het nageslacht wel bezwaren met een schuldenlast voor een geheel orgel, maar niet met de taak van een half orgel later een volledig orgel te maken.

Het Orgelfonds en het Verjaringsfonds werden in het leven geroepen en hebben tot dusver voor rente en aflossing behoorlijke baten opgeleverd. De adviezen van de Orgelcommissie werden opgevolgd, maar de bouw van het orgel verliep trager dan men zich had voorgesteld. Hij feliciteerde de bouwers echter thans met het bereikte resultaat en de gunstige toon waarin het keuringsrapport was opgesteld. Herinnerend aan zijn toespraak bij de inwijding van de kerk, citeerde hij enige zinnen uit het Tractaat van de Bedijking van de Schorren van Oost Duivelandt, waarin de bedijker Adriaan van Borsele beveelt, dat een kerk zou worden gebouwd tot eer van God. Hij hoopte dat deze eer van God ook tot uiting zou mogen komen in de lofprijzing en het begeleiden van de gemeentezang. Hij prees Bruinisse gelukkig, dat de organist die het orgel zal bespelen iemand is met muzikale talenten, dankte de Orgelcommissie en gemeenteleden, die hun harmonium zo lange tijd ter beschikking hadden gesteld en eindigde met nogmaals het orgel op te dragen aan God, Wien ook voor de totstandkoming van dit orgel, alle lof en eer toekomt.De heer Hulsman uit Amersfoort was daarna de eerste die als lid van de Orgelcommissie het orgel bespeeld. Hij begeleidde de gemeente bij het zingen van het aloude Te Deum, in het tegenwoordige gezangboek gezang 132.

Daarna was het de beurt aan de heer Lambert Ernee, organist van de Nicolaikerk te Utrecht, die bij de bouw de supervisie had uitgeoefend, om zijn talent en dat van de orgelbouwers te tonen. Hij deed dit met de uitvoering van een viertal nummers, waarin alle twintig stemmen van het orgel konden worden beluisterd en speelde achtereenvolgens: Vater unser im Himmelreich van Joh. Seb. Bach; Drie variaties op Psalm 22 van Anthonie van Noordt; Wachet auf ruft uns die Stimme van Joh. Seb. Bach; Preludium en Fuga in D. van Georg Böhm. Daarna aanvaardde ds. Van den Brink het orgel namens de kerkeraad en sloot met dankzegging. Machtig klonk daarna Psalm 150 de verzen 1 tot en met 3, als slotzang begeleid door de plaatselijke organist de heer Jo van den Berge.Onder de genodigden tot de ingebruikname van het kerkorgel bevonden zich ook vertegenwoordigers van de adopterende gemeente Dubbeldam(o.a. de predikant). Verder aanwezig waren: de voorzitter en de scriba van de classis Zierikzee, ds. De Lint en de heer De Rooij uit St. Philipsland; ds. Radstake van Oosterland met kerkeraadsleden en vertegenwoordigers van kerkelijke colleges uit tal van naburige gemeenten. Ook de eigen gemeente en belangstellenden van andere kerkformaties waren goed opgekomen, en ook het gemeentebestuur gaf van zijn belangstelling blijk, zodat het kerkgebouw geheel gevuld was.Tot zover het verslag van Jumelet voornoemd.D

e aanschaf van het orgel is mede gebaseerd op de adviezen van wijlen Jo van den Berge die van 1945 af 34 jaar als organist aan de Hervormde Kerk verbonden is geweest. Hij overleed op 8 november 1979. De dispositie van het orgel is als volgt: Hoofdwerk: Rugwerk: Pedaal: Prestant 8’ Holpijp 8’ Bourdon 16’ Roerfluit 8’ Prestant 4’ Prestant 8’ Octaaf 4’ Gedeckt fluit 4’ Octaaf 4’ Spitsfluit 4’ Gemshoorn 2’ Mixtuur V Octaaf 2’ Quint 1 1/3’ Bazuin 16’ Mixtuur IV – VI Scherp II – III Dulciaan 16’ Kromhoorn 8’ Tremulant op Rugwerk Trompet 8’ Manuaalkoppel en twee pedaalkoppels. Manuaalomvang c-f3, pedaalomvang c-f1. Neo-barok. Het groot onderhoud en de restauratiewerkzaamheden werden uitgevoerd door de fa. gebrs. Van Vulpen voornoemd. Zij verzorgden ook de grote onderhoudsbeurt in 1970. De werkzaamheden werden uitgevoerd op basis van de adviezen, verkregen van de Orgelcommissie in de Nederlandse Hervormde Kerk.

De uitvoering van de werkzaamheden stond onder toezicht van Aart Bergwerff, adviseur van de voormelde Orgelcommissie. De kosten bedragen met inbegrip van een nog aan te brengen eenvoudige klimaatbeheersing, ruim f 150.000,--. Zij zijn ten dele gedekt uit bijzondere inkomsten als gevolg van: • de collecten restauratie kerkorgel; • losse gaven en giften voor dit doel; • het Verjaringsfonds; o.l.v. M.B. de Koning-Castel; • en niet in het minst uit de opbrengsten als gevolg van de gehouden en te houden bazars en de exploitatie van een Kijk- en koophal o.l.v. het Gemeentelid dhr. L.Ottens. Op de lopende subsidieverzoeken was tijdens het schrijven van deze brochure nog niet beslist. De waarde van het orgel is door deskundigen getaxeerd op ruim f 500.000,--.Het orgel zal D.V. opnieuw in gebruik worden genomen  tijdens een muziek- en zangavond op vrijdag 5 september 1997 o.l.v. ds. J. Smit en waaraan o.a. medewerking zal worden verleend door organist Aart Bergwerff met een mini-orgelconcert, het Kerkkoor en de eigen organisten Lennard Hoekman en Harrie van de Velde. Voor het overige wordt verwezen naar het programma voor deze avond. Tot slot nog een woord van dank aan drs.P. Sevestre te Brouwershaven uit wiens nog uit te geven boek over de orgels van Schouwen-Duiveland we m.b.t. het oude orgel van 1887 enkele saillante gegevens mocht overnemen. Overigens ook hartelijk dank aan het adres van de dames Adri van den Berge en Ineke Jumelet voor het mogen inzien en gebruiken van voor dit doel van belang zijnde foto’s. Bruinisse, augustus 1997 De kerkvoogdij.