Afscheidsbrief ds. Floris den Oudsten
Afscheidsbrief ds. Floris den Oudsten
Bruinisse, 12 juli 2017


Geliefde broeders en zusters,

Ná de afscheidsmomenten met kinderen, tieners, jongeren, senioren en de gemeenteavond en vóór de afscheidsdienst van komende zondagmiddag wil ik enkele gedachten met u delen. Om te voorkomen dat ik zondag dingen vergeet en om te voorkomen dat ik veel te lang bezig ben met mijn laatste (dank)woorden.

Net als u vind ik het jammer dat ik wegga, maar ik denk dat het goed is. En ik ben blij dat velen dat ook begrijpen. De afgelopen periode, toen bekend werd dat ik zou vertrekken, hebben velen mij verteld hoe ze de afgelopen jaren hebben ervaren. Dat is de laatste dagen nog eens dunnetjes over gedaan op de afscheidsmomenten, via kaarten en berichtjes en in persoonlijke ontmoetingen. Op mijn beurt wil ik nu met u delen hoe ik de afgelopen jaren bij en met u heb ervaren.

Ik ben een dankbaar mens. Naar mijn idee is de missie geslaagd. Samen met de kerkenraad en de gemeente heb ik mogen werken aan een meer missionaire uitstraling van de kerk. En de verwachting dat deze predikant (en zijn vrouw) “door hun jeugdige leeftijd en enthousiasme jongeren, jongvolwassenen en mensen aan de rand van de gemeente zal proberen te overtuigen dat de Hervormde Gemeente van Bru geen stoffig en achterhaald instituut is, maar een levendige gemeenschap en een onmisbare schakel in je relatie tot God” is volgens mij ook werkelijkheid geworden. Er is iets opengegaan wat niet meer dicht zal gaan. Er is een nieuwe wind gaan waaien, een nieuwe koers uitgezet, verwoord in het beleidsplan dat in de afgelopen periode het licht mocht zien.

De Geest heeft grenzen doorbroken die door mensen zijn gemaakt. Als ik denk aan de tientallen (ja, echt, ik heb ze eens opgeschreven) die (weer) zijn aangehaakt bij onze gemeente; die voor het eerst het avondmaal mee gingen vieren, de belijdeniscatechese volgden, belijdenis deden, met elkaar in gesprek gingen op de doopcatechese, ’t Kruuspunt, de Bitterballenclub en Bijbelkring. Of aan het wonder van de catechese. Wat van een eenmansavontuur uitgegroeid is tot een grote groep mentoren en meedenkende ouders en gemeenteleden met een goede opkomst en waardevolle contacten en gesprekken tussen tieners onderling en met de volwassenen. Als tieners enthousiast en vrijwillig naar catechisatie komen, wat wil je dan nog meer?!
Het is mijn overtuiging dat wat de afgelopen vijf jaar in beweging is gezet niet een tijdelijk iets zal zijn, maar iets wat zal doorgaan, zal groeien, bloeien en vrucht dragen.

Bij het opruimen van papieren kwam ik cijfers tegen van vijf jaar geleden. Toen had Hervormd Bruinisse 1136 leden, waarvan 822 doopleden en 314 belijdende leden. In de periode 2000-2012 daalden die aantallen met 10-15 procent. Na Pinksteren 2017 had Hervormd Bruinisse 1102 leden, waarvan 788 doopleden en 314 belijdende leden. In de afgelopen vijf jaar is het ledenaantal met maar 34 personen afgenomen, terwijl met Kerkbalans veel actiever aandacht is voor de mogelijkheid om je uit te schrijven. Die daling van 34 personen komt niet in de buurt van 10-15 procent van de voorgaande jaren. En het aantal belijdende leden is gelijk met vijf jaar geleden. Bijzonder dat deze ontwikkeling op Bru afwijkt van de landelijke trend die ook op Bru zichtbaar was. Bij de Kerkbalans zie je ook die beweging, dat door meer mensen nu ook meer geld wordt opgebracht. Het zijn voor mij tekenen dat ondanks de ontkerkelijking de betrokkenheid op onze gemeente is toegenomen. Mensen zijn bewuster lid van onze gemeente, ook financieel. En dat heeft veel te maken met wat er in de afgelopen vijf jaar is gebeurd.

Het heeft volgens mij met twee dingen te maken. Als je als gemeente en als predikant niet alleen de focus legt op je eigen club, maar op het hele dorp, dan trekt dat mensen aan. En geven we elkaar in de kerk ruimte om fouten te maken en daarvan te leren? Mogen mensen meedoen die anders zijn, het anders doen, dan wijzelf? Als ik bij alles wat ik heb gedaan me van te voren had afgevraagd of het zonder fouten zou kunnen, dan had ik weinig durven doen. Maar ik heb de ruimte gekregen, soms ook genomen, om buiten de lijntjes te kleuren, van gebaande wegen af te wijken, het net aan de andere kant uit te werpen, de luiken open te gooien en soms een heilig huisje om te schoppen. Dat was soms even schrikken, het deed stof opwaaien, en het schip van de gemeente schommelde wel eens. Maar we zijn weer allemaal bij de les, het is niet stoffig meer en er zit vaart in het schip.
En voor de duidelijkheid, dat is niet mijn prestatie! Ik heb mijn talenten mogen inzetten om talenten van anderen te activeren. Heel veel van wat er gebeurd is, was trouwens helemaal niet te plannen of regisseren. Ik stond er vaak bij en keer ernaar en dankte God.

Als ik terugdenk aan vijf jaar Bru dan denk ik aan verschillende dingen.

Als ik denk aan de kerkdiensten dan denk ik aan het handen geven bij de deur, waardoor ik mensen sneller bij naam leerde kennen. En er was ook vaak even een momentje om even iets tegen elkaar te zeggen. De mededelingen op de beamer waardoor de ouderling van dienst ons kort en krachtig welkom heet en het eerst lied aankondigt. Tijdens de collecte kunnen we de mededelingen nog eens rustig bekijken. De kaars die door kinderen wordt aangestoken, het kindermoment met de kinderen van de kinderkerk, de groei van de kinderkerk en de kinderfeesten en de tieners die helpen met collecteren. De velen die meeluisteren via internet, hoeveel zullen dat er nu daadwerkelijk zijn? Het zingen van nieuwe liederen uit Op Toonhoogte en de muzikale talenten van gemeenteleden waar we nog meer van zijn gaan genieten. En natuurlijk de veranderingen rondom het avondmaal. Waardoor onze kinderen ook zien wat er ‘gebeurt’ in de kerk als het avondmaal wordt gevierd. En waardoor de avondmaalsdiensten korter zijn geworden en hopelijk in de toekomst niet meer reden zijn voor een ‘vrije zondag’…

Als ik denk aan het kringwerk dan denk ik aan ’t Kruuspunt, wat na een mooie tijd toch geen blijvertje bleek te zijn. Aan de Bitterballenclub, die na een wat rustiger periode toch weer een vervolg kreeg met een nieuwe groep jongeren. Aan de Bijbelkring met vele trouwe bezoekers, waar ik vaak de preek al in de week kon leggen voor de zondag erop. Het wonder van de catechese heb ik al genoemd. Met gepaste trots zal ik in Enter vertellen hoe het op Bru gaat in de hoop dat in Enter de catechese ook mag doorgroeien. En hopelijk gaan daar ook tieners en jongeren naar het Scholierenweekend en de KerstConferentie, als groeimiddel voor geloofsgroei.

Het beleidsplan dat we zelf hebben geschreven, waarvan een deel al is gerealiseerd. Denk aan de diaconale werkgroep, de commissies van kerkrentmeesters en het werken met pastorale werkgroepen. Maar er staan ook nog genoeg dingen in die de komende tijd opgepakt kunnen worden. De verwoorde visie en focus zal het schip van de gemeente op koers houden.

Ik denk ook aan het pastoraat, in het bijzonder rondom rouw, trouw, geboorte en ziekte. Maar ook over het avondmaal, het kroegenpastoraat of bij de voetbal. Ik wilde dorpsdominee zijn en volgens Jaap de Waal schijnt iedereen op Bru mij te kennen. Het is waardevol om te merken dat velen die geen lid zijn van een kerk of niet gelovig zijn, mij wel als vertrouwenspersoon zien waar je dingen mee kunt delen. Ze zijn mij ook een beetje als hun dominee gaan zien.

Afrondend kun je zeggen dat de gemeente in vijf jaar tijd is veranderd, maar ook haar predikant. De tientallen nieuwe kerkgangers, die vaak ook nog eens actief mee gingen doen, hebben er voor gezorgd dat er geen klein clubje meer is dat het vele werk doet, maar dat er nog een veel grotere club is gekomen die nog veel meer werk doet. Waardoor het ook minder problematisch is als er iemand stopt. Hopelijk gaat dit met de komst van vrouwelijke ambtsdragers ook gelden voor de kerkenraad. De vijver is nu groter, waardoor je niet je leven lang aan het ambt hoeft vast te zitten. Er kan meer roulatie zijn, waardoor de drempel hopelijk minder hoog is om voor een paar jaar een ambt op je te nemen.
Ook de predikant is veranderd. Door de nascholing, door wijze mensen, door fouten maken. Daarvan leer je misschien nog wel het meest. Ik had het van te voren al gezegd ‘jonge mannen zullen zeker struikelen, maar wie de HEER verwachten zullen hun krachten vernieuwen, zij zullen hun vleugels uitslaan als arenden’ (Jesaja 40).

Zo mag ik nu mijn vleugels uitslaan om verder te vliegen. Dankbaar voor alles wat ik mocht (af)leren in de afgelopen vijf jaar in uw midden. Dankbaar dat ik mocht helpen om de bij u aanwezige genade en vrede te doen vermeerderen (1 Petrus 1:2) met het oog op de toekomst. De toekomst van een vitale geloofsgemeenschap die voor velen tot zegen zal zijn. Vijf jaar geleden schreef ik met woorden van Paulus: ‘ik verlang er vurig naar u te zien, om u in enige geestelijke genadegave te laten delen, waardoor u versterkt zou worden, dat is te zeggen, om in uw midden samen bemoedigd te worden door het onderlinge geloof, zowel dat van u als dat van mij.’ (Romeinen 1:11-12) Zo mag ik terugkijken op ruim vijf jaar Bru waarvan geen dag saai was.

Op mijn toetsenbord staat de spreuk: ‘Iedereen wist dat het niet kon, totdat er iemand kwam die dat niet wist.’ Het is mijn gebed dat door mijn menselijke eigenwijsheid en dwaasheid Gods wijsheid heeft mogen groeien, bloeien en vrucht dragen. Zondagmiddag lezen we ook 1 Korinte 9, over Paulus die zichzelf slaaf, dienstknecht, dienaar maakte om meer mensen te winnen voor het Evangelie. Daarbij heb ik risico’s genomen, fouten gemaakt, gezondigd, mensen te kort gedaan. Maar wie niet waagt, wie niet wint. Ik heb naar mijn beste weten en kunnen mijn talenten ingezet en God heeft het willen zegenen. Daarom ben ik dankbaar en verwonderd als ik terugkijk op vijf jaar predikantschap op Bru.
Ik hoop u te ontmoeten de komende dagen, in het bijzonder in de afscheidsdienst en/of bij het afscheid nemen na de dienst, vanaf 16.00 uur in Ichtus.

Gods zegen toegebeden, het ga u goed!

In Christus verbonden, een broederlijke groet,

Floris den Oudsten
verbi divini minister (dienaar van het goddelijke Woord)